NEDERLANDS
🇳🇱

    Blesseren

    B1uncommonZipf 2.2

    werkwoord

    • blesseren

      Werkwoord/blɛ'serən; blɛ'serə/

      infinitief

      blesseren

      tegenwoordige tijd

      blesseerblesseertblesseren

      verleden tijd

      blesseerdeblesseerden

      tegenwoordig deelwoord

      blesserendblesserende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.