Busticket
B1uncommonZipf 2.2
zelfstandig naamwoord, enkelvoud
de/het busticket
Zelfstandig naamwoord/'bʏstɪkət; 'bʏstikɛt/enkelvoud
busticketbusticketjemeervoud
busticketsbusticketjes
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.