NEDERLANDS
🇳🇱

    Confronteren

    B1commonZipf 3.4

    werkwoord

    • confronteren

      Werkwoord/kɔnfrɔn'terən; kɔnfrɔn'terə/

      infinitief

      confronteren

      tegenwoordige tijd

      confronteerconfronteertconfronteren

      verleden tijd

      confronteerdeconfronteerden

      tegenwoordig deelwoord

      confronterendconfronterende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.