NEDERLANDS
🇳🇱

    Constateren

    B1uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • constateren

      Werkwoord/kɔnsta'terən; kɔnsta'terə/

      infinitief

      constateren

      tegenwoordige tijd

      constateerconstateertconstateren

      verleden tijd

      constateerdeconstateerden

      tegenwoordig deelwoord

      constaterendconstaterende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.