Dubbele
top5000Zipf 4.4
adjectief; zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
dubbel
Bijvoeglijk naamwoord/'dʏbəl/stellende trap
dubbeldubbeledubbelshet dubbele
Zelfstandig naamwoord/'dʏbələ/enkelvoud
dubbelemeervoud
dubbelendubbelen
Werkwoord/'dʏbələn; 'dʏbələ/infinitief
dubbelentegenwoordige tijd
dubbeldubbeltdubbelenverleden tijd
dubbeldedubbeldentegenwoordig deelwoord
dubbelenddubbelende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.