NEDERLANDS
🇳🇱

    Flikker

    top5000Zipf 4.3

    persoon; danssprong; werkwoord

    • de flikker

      Zelfstandig naamwoord/'flɪkər/

      persoon

      enkelvoud

      flikkerflikkertje

      meervoud

      flikkersflikkertjes
    • de flikker

      Zelfstandig naamwoord/'flɪkər/

      danssprong

      enkelvoud

      flikkerflikkertje

      meervoud

      flikkersflikkertjes
    • flikkeren

      Werkwoord/'flɪkərən; 'flɪkərə/

      infinitief

      flikkeren

      tegenwoordige tijd

      flikkerflikkertflikkeren

      verleden tijd

      flikkerdeflikkerden

      tegenwoordig deelwoord

      flikkerendflikkerende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.