NEDERLANDS
🇳🇱

    Flitsen

    B1commonZipf 3.3

    werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • flitsen

      Werkwoord/'flɪtsən; 'flɪtsə/

      infinitief

      flitsen

      tegenwoordige tijd

      flitsflitstflitsen

      verleden tijd

      flitsteflitsten

      tegenwoordig deelwoord

      flitsendflitsende
    • de flits

      Zelfstandig naamwoord/'flɪts/

      enkelvoud

      flitsflitsje

      meervoud

      flitsenflitsjes

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.