NEDERLANDS
🇳🇱

    Fonkelen

    A2uncommonZipf 2.6

    werkwoord

    • fonkelen

      Werkwoord/'fɔŋkələn; 'fɔŋkələ/

      infinitief

      fonkelen

      tegenwoordige tijd

      fonkelfonkeltfonkelen

      verleden tijd

      fonkeldefonkelden

      tegenwoordig deelwoord

      fonkelendfonkelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.