Gebaar
A2top5000Zipf 3.9
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
het gebaar
Zelfstandig naamwoord/ɣə'bar/enkelvoud
gebaargebaartjemeervoud
gebarengebaartjesgebaren
Werkwoord/ɣə'barən; ɣə'barə/infinitief
gebarentegenwoordige tijd
gebaargebaartgebarenverleden tijd
gebaardegebaardentegenwoordig deelwoord
gebarendgebarende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.