Gebouwd
top5000Zipf 4.4
maken; adjectief
bouwen
Werkwoord/'bɔuwən; 'bɔuwə/maken
infinitief
bouwentegenwoordige tijd
bouwbouwtbouwenverleden tijd
bouwdebouwdentegenwoordig deelwoord
bouwendbouwendegebouwd
Bijvoeglijk naamwoord/ɣə'bɔut/stellende trap
gebouwdgebouwdegebouwds
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.