NEDERLANDS
🇳🇱

    Gezamenlijk

    B1commonZipf 3.4

    adjectief

    • gezamenlijk

      Bijvoeglijk naamwoord/ɣə'zamənlək; ɣə'zamələk/

      stellende trap

      gezamenlijkgezamenlijkegezamenlijks

      vergrotende trap

      gezamenlijkergezamenlijkeregezamenlijkers

      overtreffende trap

      gezamenlijkstgezamenlijkste

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.