NEDERLANDS
🇳🇱

    Ingreep

    B1commonZipf 3.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de ingreep

      Zelfstandig naamwoord/'ɪnɣrep/

      enkelvoud

      ingreepingreepje

      meervoud

      ingrepeningreepjes
    • ingrijpen

      Werkwoord/'ɪnɣrɛɪpən; 'ɪnɣrɛɪpə/

      infinitief

      ingrijpen

      tegenwoordige tijd

      grijp iningrijpgrijpt iningrijptgrijpen iningrijpen

      verleden tijd

      greep iningreepgrepen iningrepen

      tegenwoordig deelwoord

      ingrijpendingrijpende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.