NEDERLANDS
🇳🇱

    Meeslepen

    B1commonZipf 3.6

    werkwoord

    • meeslepen

      Werkwoord/'meslepən; 'meslepə/

      infinitief

      meeslepen

      tegenwoordige tijd

      sleep meemeesleepsleept meemeesleeptslepen meemeeslepen

      verleden tijd

      sleepte meemeesleeptesleepten meemeesleepten

      tegenwoordig deelwoord

      meeslependmeeslepende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.