Bijvoeglijk naamwoord
Attributieve vormen
Als je zegt 'de oké film' of 'een oké beslissing', gebruik je 'oké' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- de oké beslissing
- "Dit is de oké beslissing voor ons."
- Met onbepaald lidwoord
- een oké film
- "Ik heb een oké film gezien."
- Zonder lidwoord
- oké
- "Dit idee is oké."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'oké': De film is oké.
Vergrotende trap
Als je iets vergelijkt, gebruik je 'okéër' zoals in 'dit is okéër dan dat'.
- Grondvorm
- okéër
- "Deze oplossing is okéër dan de vorige."
- Met "dan"
- okéër dan
- "Hij is okéër dan ik dacht."
Overtreffende trap
Voor de hoogste vorm zeg je 'okést', bijvoorbeeld 'de meest okést actie'.
- Attributief
- de okést actie
- "Dit is de okést actie die je kon nemen."
- Predicatief
- de beste is okést
- "Dit idee is okést van allemaal."
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Oké' wordt vaak gebruikt om iets te bevestigen of goed te keuren.
- irregular:De superlative 'okést' is minder gebruikelijk dan de andere vormen.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.