NEDERLANDS
🇳🇱

    Ompraten

    B1commonZipf 3.4

    werkwoord

    • ompraten

      Werkwoord/'ɔmpratən; 'ɔmpratə/

      infinitief

      ompraten

      tegenwoordige tijd

      praat omompraatpraten omompraten

      verleden tijd

      praatte omompraattepraatten omompraatten

      tegenwoordig deelwoord

      ompratendompratende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.