NEDERLANDS
🇳🇱

    Opdrinken

    B1commonZipf 3.7

    werkwoord

    • opdrinken

      Werkwoord/'ɔbdrɪŋkən; 'ɔbdrɪŋkə/

      infinitief

      opdrinken

      tegenwoordige tijd

      drink opopdrinkdrinkt opopdrinktdrinken opopdrinken

      verleden tijd

      dronk opopdronkdronken opopdronken

      tegenwoordig deelwoord

      opdrinkendopdrinkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.