Oplopen
B1commonZipf 3.5
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de oploop
Zelfstandig naamwoord/'ɔplop/enkelvoud
oploopoploopjemeervoud
oplopenoploopjesoplopen
Werkwoord/'ɔplopən; 'ɔplopə/infinitief
oplopentegenwoordige tijd
loop opoplooploopt opoplooptlopen opoplopenverleden tijd
liep opopliepliepen opopliepentegenwoordig deelwoord
oplopendoplopende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.