NEDERLANDS
🇳🇱

    Opspuiten

    B2uncommonZipf 2.2

    werkwoord

    • opspuiten

      Werkwoord/'ɔpspœytən; 'ɔpspœytə/

      infinitief

      opspuiten

      tegenwoordige tijd

      spuit opopspuitspuiten opopspuiten

      verleden tijd

      spoot opopspootspoten opopspoten

      tegenwoordig deelwoord

      opspuitendopspuitende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren