NEDERLANDS
🇳🇱

    Opstappen

    B1commonZipf 3.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de opstap

      Zelfstandig naamwoord/'ɔpstɑp/

      enkelvoud

      opstapopstapje

      meervoud

      opstappenopstapjes
    • opstappen

      Werkwoord/'ɔpstɑpən; 'ɔpstɑpə/

      infinitief

      opstappen

      tegenwoordige tijd

      stap opopstapstapt opopstaptstappen opopstappen

      verleden tijd

      stapte opopstaptestapten opopstapten

      tegenwoordig deelwoord

      opstappendopstappende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.