Opstappen
B1commonZipf 3.4
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de opstap
Zelfstandig naamwoord/'ɔpstɑp/enkelvoud
opstapopstapjemeervoud
opstappenopstapjesopstappen
Werkwoord/'ɔpstɑpən; 'ɔpstɑpə/infinitief
opstappentegenwoordige tijd
stap opopstapstapt opopstaptstappen opopstappenverleden tijd
stapte opopstaptestapten opopstaptentegenwoordig deelwoord
opstappendopstappende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.