NEDERLANDS
🇳🇱

    Pil

    A2top5000Zipf 4.0

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de pil

      Zelfstandig naamwoord/'pɪl/

      enkelvoud

      pilpilletje

      meervoud

      pillenpilletjes
    • pillen

      Werkwoord/'pɪlən; 'pɪlə/

      infinitief

      pillen

      tegenwoordige tijd

      pilpiltpillen

      verleden tijd

      pildepilden

      tegenwoordig deelwoord

      pillendpillende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.