NEDERLANDS
🇳🇱

    Plakken

    A2commonZipf 3.7

    werktuig; tandplak; kentekenplaat; afgesneden stuk

    • de plak

      Zelfstandig naamwoord/'plɑk/

      werktuig

      enkelvoud

      plakplakje

      meervoud

      plakkenplakjes
    • de/het plak

      Zelfstandig naamwoord/'plɑk/

      tandplak; kentekenplaat

      enkelvoud

      plak

      meervoud

      plakken
    • de plak

      Zelfstandig naamwoord/'plɑk/

      afgesneden stuk

      enkelvoud

      plakplakje

      meervoud

      plakkenplakjes
    • plakken

      Werkwoord/'plɑkən; 'plɑkə/

      infinitief

      plakken

      tegenwoordige tijd

      plakplaktplakken

      verleden tijd

      plakteplakten

      tegenwoordig deelwoord

      plakkendplakkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.