Plakken
A2commonZipf 3.7
werktuig; tandplak; kentekenplaat; afgesneden stuk
de plak
Zelfstandig naamwoord/'plɑk/werktuig
enkelvoud
plakplakjemeervoud
plakkenplakjesde/het plak
Zelfstandig naamwoord/'plɑk/tandplak; kentekenplaat
enkelvoud
plakmeervoud
plakkende plak
Zelfstandig naamwoord/'plɑk/afgesneden stuk
enkelvoud
plakplakjemeervoud
plakkenplakjesplakken
Werkwoord/'plɑkən; 'plɑkə/infinitief
plakkentegenwoordige tijd
plakplaktplakkenverleden tijd
plakteplaktentegenwoordig deelwoord
plakkendplakkende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.