NEDERLANDS
🇳🇱

    Prikkel

    B2uncommonZipf 2.8

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de prikkel

      Zelfstandig naamwoord/'prɪkəl/

      enkelvoud

      prikkelprikkeltje

      meervoud

      prikkelsprikkeltjes
    • prikkelen

      Werkwoord/'prɪkələn; 'prɪkələ/

      infinitief

      prikkelen

      tegenwoordige tijd

      prikkelprikkeltprikkelen

      verleden tijd

      prikkeldeprikkelden

      tegenwoordig deelwoord

      prikkelendprikkelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.