Proppen
B1commonZipf 3.4
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de prop
Zelfstandig naamwoord/'prɔp/enkelvoud
proppropjemeervoud
proppenpropjesproppen
Werkwoord/'prɔpən; 'prɔpə/infinitief
proppentegenwoordige tijd
propproptproppenverleden tijd
propteproptentegenwoordig deelwoord
proppendproppende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.