NEDERLANDS
🇳🇱

    Proppen

    B1commonZipf 3.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de prop

      Zelfstandig naamwoord/'prɔp/

      enkelvoud

      proppropje

      meervoud

      proppenpropjes
    • proppen

      Werkwoord/'prɔpən; 'prɔpə/

      infinitief

      proppen

      tegenwoordige tijd

      propproptproppen

      verleden tijd

      proptepropten

      tegenwoordig deelwoord

      proppendproppende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.