Rieken
A2uncommonZipf 1.8
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de riek
Zelfstandig naamwoord/'rik/enkelvoud
riekriekjemeervoud
riekenriekjesrieken
Werkwoord/'rikən; 'rikə/infinitief
riekentegenwoordige tijd
riekriektriekenverleden tijd
riekterookriektenrokentegenwoordig deelwoord
riekendriekende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.