NEDERLANDS
🇳🇱

    Roof

    B1commonZipf 3.4

    het roven; het geroofde; korst; stelen

    • de roof

      Zelfstandig naamwoord/'rof/

      het roven; het geroofde

      enkelvoud

      roofroofje

      meervoud

      rovenroofjes
    • de roof

      Zelfstandig naamwoord/'rof/

      korst

      enkelvoud

      roofroofje

      meervoud

      rovenroofjes
    • roven

      Werkwoord/'rovən; 'rovə/

      stelen

      infinitief

      roven

      tegenwoordige tijd

      roofrooftroven

      verleden tijd

      roofderoofden

      tegenwoordig deelwoord

      rovendrovende
    • roven

      Werkwoord/'rovən; 'rovə/

      de korst wegnemen van

      infinitief

      roven

      tegenwoordige tijd

      roofrooftroven

      verleden tijd

      roofderoofden

      tegenwoordig deelwoord

      rovendrovende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.