Roof
B1commonZipf 3.4
het roven; het geroofde; korst; stelen
de roof
Zelfstandig naamwoord/'rof/het roven; het geroofde
enkelvoud
roofroofjemeervoud
rovenroofjesde roof
Zelfstandig naamwoord/'rof/korst
enkelvoud
roofroofjemeervoud
rovenroofjesroven
Werkwoord/'rovən; 'rovə/stelen
infinitief
roventegenwoordige tijd
roofrooftrovenverleden tijd
roofderoofdentegenwoordig deelwoord
rovendrovenderoven
Werkwoord/'rovən; 'rovə/de korst wegnemen van
infinitief
roventegenwoordige tijd
roofrooftrovenverleden tijd
roofderoofdentegenwoordig deelwoord
rovendrovende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.