NEDERLANDS
🇳🇱

    Samenstellen

    B1commonZipf 3.2

    werkwoord

    • samenstellen

      Werkwoord/'samənstɛlən; 'saməstɛlə/

      infinitief

      samenstellen

      tegenwoordige tijd

      stel samensamenstelstelt samensamensteltstellen samensamenstellen

      verleden tijd

      stelde samensamensteldestelden samensamenstelden

      tegenwoordig deelwoord

      samenstellendsamenstellende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.