Samenwonen
B1commonZipf 3.7
werkwoord
samenwonen
Werkwoord/'samənwonən; 'saməwonə/infinitief
samenwonentegenwoordige tijd
woon samensamenwoonwoont samensamenwoontwonen samensamenwonenverleden tijd
woonde samensamenwoondewoonden samensamenwoondentegenwoordig deelwoord
samenwonendsamenwonende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.