NEDERLANDS
🇳🇱

    Samenwonen

    B1commonZipf 3.7

    werkwoord

    • samenwonen

      Werkwoord/'samənwonən; 'saməwonə/

      infinitief

      samenwonen

      tegenwoordige tijd

      woon samensamenwoonwoont samensamenwoontwonen samensamenwonen

      verleden tijd

      woonde samensamenwoondewoonden samensamenwoonden

      tegenwoordig deelwoord

      samenwonendsamenwonende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.