Schillen
A2commonZipf 3.3
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de schil
Zelfstandig naamwoord/'sxɪl/enkelvoud
schilschilletjemeervoud
schillenschilletjesschillen
Werkwoord/'sxɪlən; 'sxɪlə/infinitief
schillentegenwoordige tijd
schilschiltschillenverleden tijd
schildeschildentegenwoordig deelwoord
schillendschillende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.