NEDERLANDS
🇳🇱

    Schillen

    A2commonZipf 3.3

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de schil

      Zelfstandig naamwoord/'sxɪl/

      enkelvoud

      schilschilletje

      meervoud

      schillenschilletjes
    • schillen

      Werkwoord/'sxɪlən; 'sxɪlə/

      infinitief

      schillen

      tegenwoordige tijd

      schilschiltschillen

      verleden tijd

      schildeschilden

      tegenwoordig deelwoord

      schillendschillende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.