Shock
top5000Zipf 4.0
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; schokken
de shock
Zelfstandig naamwoord/'ʃɔk/enkelvoud
shockshockjemeervoud
shocksshockjesshocken
Werkwoord/'ʃɔkən; 'ʃɔkə/schokken
infinitief
shockentegenwoordige tijd
shockshocktshockenverleden tijd
shockteshocktentegenwoordig deelwoord
shockendshockende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.