NEDERLANDS
🇳🇱

    Terugreis

    A2commonZipf 3.3

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de terugreis

      Zelfstandig naamwoord/tə'rʏxrɛɪs; 'trʏxrɛɪs/

      enkelvoud

      terugreisterugreisje

      meervoud

      terugreizenterugreisjes
    • terugreizen

      Werkwoord/tə'rʏxrɛɪzən; 'trʏxrɛɪzən; tə'rʏxrɛɪzə; 'trʏxrɛɪzə/

      infinitief

      terugreizen

      tegenwoordige tijd

      reis terugterugreisreist terugterugreistreizen terugterugreizen

      verleden tijd

      reisde terugterugreisdereisden terugterugreisden

      tegenwoordig deelwoord

      terugreizendterugreizende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.