NEDERLANDS
🇳🇱

    Trompet

    A2commonZipf 3.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de trompet

      Zelfstandig naamwoord/trɔm'pɛt/

      enkelvoud

      trompettrompetje

      meervoud

      trompettentrompetjes
    • trompetten

      Werkwoord/trɔm'pɛtən; trɔm'pɛtə/

      infinitief

      trompetten

      tegenwoordige tijd

      trompettrompetten

      verleden tijd

      trompettetrompetten

      tegenwoordig deelwoord

      trompettendtrompettende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.