Trompet
A2commonZipf 3.4
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de trompet
Zelfstandig naamwoord/trɔm'pɛt/enkelvoud
trompettrompetjemeervoud
trompettentrompetjestrompetten
Werkwoord/trɔm'pɛtən; trɔm'pɛtə/infinitief
trompettentegenwoordige tijd
trompettrompettenverleden tijd
trompettetrompettentegenwoordig deelwoord
trompettendtrompettende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.