NEDERLANDS
🇳🇱

    Uitdelen

    B1commonZipf 3.7

    werkwoord

    • uitdelen

      Werkwoord/'œydelən; 'œydelə/

      infinitief

      uitdelen

      tegenwoordige tijd

      deel uituitdeeldeelt uituitdeeltdelen uituitdelen

      verleden tijd

      deelde uituitdeeldedeelden uituitdeelden

      tegenwoordig deelwoord

      uitdelenduitdelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.