NEDERLANDS
🇳🇱

    Uitrusten

    A2commonZipf 3.9

    rusten; van het nodige voorzien

    • uitrusten

      Werkwoord/'œytrʏstən; 'œytrʏstə/

      rusten

      infinitief

      uitrusten

      tegenwoordige tijd

      rust uituitrustrusten uituitrusten

      verleden tijd

      rustte uituitrustterustten uituitrustten

      tegenwoordig deelwoord

      uitrustenduitrustende
    • uitrusten

      Werkwoord/'œytrʏstən; 'œytrʏstə/

      van het nodige voorzien

      infinitief

      uitrusten

      tegenwoordige tijd

      rust uituitrustrusten uituitrusten

      verleden tijd

      rustte uituitrustterustten uituitrustten

      tegenwoordig deelwoord

      uitrustenduitrustende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.