Uitspuiten
A2uncommonZipf 2.2
werkwoord
uitspuiten
Werkwoord/'œytspœytən; 'œytspœytə/infinitief
uitspuitentegenwoordige tijd
spuit uituitspuitspuiten uituitspuitenverleden tijd
spoot uituitspootspoten uituitspotentegenwoordig deelwoord
uitspuitenduitspuitende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.