Uitwas
B1
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; uitlopen; opschieten; reinigen
de/het uitwas
Zelfstandig naamwoord/'œytwɑs/enkelvoud
uitwasuitwasjemeervoud
uitwassenuitwasjesuitwassen
Werkwoord/'œytwɑsən; 'œytwɑsə/uitlopen; opschieten
infinitief
uitwassentegenwoordige tijd
was uituitwaswast uituitwastwassen uituitwassenverleden tijd
wies uituitwieswiesen uituitwiesentegenwoordig deelwoord
uitwassenduitwassendeuitwassen
Werkwoord/'œytwɑsən; 'œytwɑsə/reinigen
infinitief
uitwassentegenwoordige tijd
was uituitwaswast uituitwastwassen uituitwassenverleden tijd
waste uituitwastewasten uituitwastentegenwoordig deelwoord
uitwassenduitwassende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.