NEDERLANDS
🇳🇱

    Uitzitten

    B1commonZipf 3.4

    werkwoord

    • uitzitten

      Werkwoord/'œytsɪtən; 'œytsɪtə/

      infinitief

      uitzitten

      tegenwoordige tijd

      zit uituitzitzitten uituitzitten

      verleden tijd

      zat uituitzatzaten uituitzaten

      tegenwoordig deelwoord

      uitzittenduitzittende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.