Uitzitten
B1commonZipf 3.4
werkwoord
uitzitten
Werkwoord/'œytsɪtən; 'œytsɪtə/infinitief
uitzittentegenwoordige tijd
zit uituitzitzitten uituitzittenverleden tijd
zat uituitzatzaten uituitzatentegenwoordig deelwoord
uitzittenduitzittende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.