NEDERLANDS
🇳🇱

    Vastbijten

    A2uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • vastbijten

      Werkwoord/'vɑstbɛɪtən; 'vɑstbɛɪtə/

      infinitief

      vastbijten

      tegenwoordige tijd

      bijt vastvastbijtbijten vastvastbijten

      verleden tijd

      beet vastvastbeetbeten vastvastbeten

      tegenwoordig deelwoord

      vastbijtendvastbijtende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.