NEDERLANDS
🇳🇱

    Vastliggen

    B1uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • vastliggen

      Werkwoord/'vɑstlɪɣən; 'vɑstlɪɣə/

      infinitief

      vastliggen

      tegenwoordige tijd

      lig vastvastligligt vastvastligtliggen vastvastliggen

      verleden tijd

      lag vastvastlaglagen vastvastlagen

      tegenwoordig deelwoord

      vastliggendvastliggende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.