NEDERLANDS
🇳🇱

    Voorzitten

    B2uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • voorzitten

      Werkwoord/'vorzɪtən; 'vorzɪtə/

      infinitief

      voorzitten

      tegenwoordige tijd

      zit voorvoorzitzitten voorvoorzitten

      verleden tijd

      zat voorvoorzatzaten voorvoorzaten

      tegenwoordig deelwoord

      voorzittendvoorzittende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren