NEDERLANDS
🇳🇱

    Wikken

    B2uncommonZipf 2.3

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de wik

      Zelfstandig naamwoord/'wɪk/

      enkelvoud

      wik

      meervoud

      wikken
    • wikken

      Werkwoord/'wɪkən; 'wɪkə/

      infinitief

      wikken

      tegenwoordige tijd

      wikwiktwikken

      verleden tijd

      wiktewikten

      tegenwoordig deelwoord

      wikkendwikkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren