NEDERLANDS
🇳🇱

    Zalf

    A2commonZipf 3.2

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de zalf

      Zelfstandig naamwoord/'zɑlf/

      enkelvoud

      zalfzalfje

      meervoud

      zalvenzalfjes
    • zalven

      Werkwoord/'zɑlvən; 'zɑlvə/

      infinitief

      zalven

      tegenwoordige tijd

      zalfzalftzalven

      verleden tijd

      zalfdezalfden

      tegenwoordig deelwoord

      zalvendzalvende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.