Autootjes
deauto
Isimvoertuig met wielen
- gemotoriseerd voertuig met vier wielen, bedoeld voor personenvervoerDat voertuig is nieuw en snel.
- persoonlijk bezit dat men gebruikt voor reizenIk heb mijn auto gewassen.
- symbolisch voor vrijheid of onafhankelijkheid, vaak in uitdrukkingen gebruiktEen auto geeft je de vrijheid om te gaan en staan waar je wilt.
- diminutief van 'auto', vaak gebruikt voor kleine auto's of in informele contextenDit autootje rijdt snel.
autoën
Fiilbeweging met auto
- verrichten van een activiteit met een voertuig, zoals rijden in een autoHij rijdt met zijn voertuig naar school.
- met een auto ergens naartoe gaanDe bestemming is een klein dorp in de bergen.
- de handelingen van het besturen of rijden in een autoBesturen is belangrijk voor veilige verkeersdeelneming.
- afgeleid van 'auto' in informele contextenWe auto’en naar het strand als het mooi weer is.