Beide
de-hetbeide
Zamirtwee personen dingen
- de twee samen, beide zaken of personenZe werken samen aan het project.
- stellig bedoeld om naar twee zaken of personen te verwijzenDe leraar heeft twee interessante opties gegeven: we kunnen of de natuurstudie doen of de geschiedenisles volgen.
beiden
Fiilwerkwoord vervoeging
- dezelfde handeling ondergaan of dezelfde ervaring hebbenZij hebben samen dezelfde reis gemaakt.
- verkeerd of onjuist gebruiken of uitleggenDat antwoord is onjuist.
- twee personen of zaken aanwijzen die hetzelfde bevatten of doenDe leerlingen hebben beiden dezelfde vraag gesteld.