Beslistst
beslist
Sifatzeker en duidelijk; stellig
- zonder enige twijfel, beslist waar of zekerIk weet beslist dat ik de sleutel op tafel heb gelegd.
- stellig en zonder aarzeling, vastberaden van toonZe antwoordde kort en beslist op alle vragen.
- met nadruk, beslist als versterking van een uitspraakDit boek is beslist de moeite waard.
beslissen
Fiileen besluit nemen; vaststellen
- een keuze maken tussen verschillende mogelijkhedenIk kan niet beslissen welke film we kijken.
- na overleg gezamenlijk iets vaststellen of afsprekenDe leden beslissen morgen over het voorstel.
- als bevoegde partij een oordeel vellen over iets of iemandDe scheidsrechter beslist of het een doelpunt was.