Gare
gaar
Sifatvoldoende gekookt
- voldoende gekookt of gebakken zodat het eetbaar isDe groenten zijn gaar.
- heel erg moe of uitgeputIk ben gaar na het sporten.
garen
Fiildraad maken van wol
- zich langzaam en rustig voortbewegen, vaak van voertuigen of mensenmassa'sDe fietsers garen door het park.
- een draad of touw gebruiken om te naaien of te breienIk koop garen om een sjaal te breien.