Gekruist
hetkruis
Isimsymbool van christendom
- figuur bestaande uit twee elkaar snijdende lijnen, vaak als symbool gebruiktHet kruis hangt aan de muur.
- voorwerp in de vorm van een kruis, vaak als sieraad of onderscheidingstekenHet sieraad in de vorm van een kruis glimt mooi in het licht.
- lichaamsdeel waar de rug en de billen elkaar ontmoeten (informeel)Mijn kruis doet pijn na het fietsen.
- situatie waarin twee dingen of personen tegenover elkaar staan, vaak in sport of spelDe tegenstelling tussen de twee voetballers was duidelijk tijdens de wedstrijd.
kruisen
Fiilelkaar passeren
- elkaar passeren in tegengestelde richtingDe fietsers passeerden elkaar op het fietspad.
- twee lijnen of wegen die elkaar snijdenDe twee wegen snijden elkaar bij het station.
- dieren of planten met elkaar paren om een nieuwe soort of ras te creërenDe boer fokt schapen voor hun wol.
- armen of benen over elkaar slaanIk sla mijn benen altijd over elkaar als ik op een stoel zit.
hetkruis
Isimfiguur met lijnen
- figuur bestaande uit twee elkaar snijdende lijnen, meestal loodrecht op elkaarHet symbool op de deur betekent dat hier een nooduitgang is.
- voorwerp of afbeelding in de vorm van een kruis, vaak gebruikt als religieus symboolHet kruis hangt aan de muur van de kerk.
- lichaamsdeel waar de rug overgaat in de billenMijn lichaam doet pijn na het sporten.
- situatie waarin twee teams of spelers tegen elkaar spelen en de winnaar doorgaat naar de volgende rondeDe wedstrijd begint om acht uur.