Groenen
uncommonZipf 2.4
nieuweling; zelfstandig naamwoord, enkelvoud; kleur; iets groens
de groen
Isim/'ɣrun/nieuweling
enkelvoud
groengroentjemeervoud
groenengroentjesde groene
Isim/'ɣrunə/enkelvoud
groenemeervoud
groenenhet groen
Isim/'ɣrun/kleur; iets groens
enkelvoud
groengroentjemeervoud
groenengroentjesgroenen
Fiil/'ɣrunən; 'ɣrunə/groen worden
infinitief
groenentegenwoordige tijd
groengroentgroenenverleden tijd
groendegroendentegenwoordig deelwoord
groenendgroenendegroenen
Fiil/'ɣrunən; 'ɣrunə/plagen
infinitief
groenentegenwoordige tijd
groengroentgroenenverleden tijd
groendegroendentegenwoordig deelwoord
groenendgroenende
Bu kelimenin tam kaydını oluşturmak için ücretsiz bir hesap oluştur.
Ucretsiz. Sifre yok.