Kers
dekers
Isimvrucht
zelfstandig naamwoord (m/v)
vrucht
dekers
Isimboom
vrucht
Kleine, ronde vrucht van de kersenboom; vaak rood en zoet en geschikt om te eten of in gebak te gebruiken.
De kersen in de bak zijn rijp en zoet.
boom
De boom die kersen draagt; bloeit in het voorjaar en geeft daarna de kersen.
De kers in onze tuin draagt dit jaar veel vruchten.
kersenboomkersen plukkenkersen etenkersenjamkersenbloesemdekers
Isimplantengeslacht
plantengeslacht
Een plantengeslacht (Prunus) waarvan sommige soorten bomen of struiken zijn en die in het voorjaar bloeien.
De kers heeft in het voorjaar vaak roze of witte bloesems.
vrucht
De kleine, ronde, meestal rode vrucht van sommige Prunus-soorten; vaak zoet en eetbaar.
In de zomer plukte ik rijpe kersen uit de boom.
kersenboomkersenpitkersensapkersenvlaaide kers op de taart