Lam
lam
Sifatgevoelloos; erg moe; verlamd of stilgelegd
gevoel
Een lichaamsdeel is gevoelloos en je kunt het niet goed bewegen.
Na het slapen was mijn arm helemaal lam.
uitgeput
Heel moe zijn, zonder energie.
Na de hele dag werken was ik lam.
stilgelegd
Iets werkt niet of ligt stil, soms door een probleem of storing.
Door de storm lag het verkeer in de stad lam.
arm lambeen lamhelemaal lamlam liggenlam geslagenhetlam
Isimjong schaap
dier
Een jong schaap; het jong van een schaap.
Het lam drinkt melk bij zijn moeder.
het lammetjenieuwgeboren lamlammetjes in de weilammen
Fiiliets of iemand verlammen; (lichamelijk of in werking) onbeweeglijk of onbruikbaar maken
lichaam
Iets of iemand tijdelijk bewegingsloos of gevoelloos maken, vaak door kou of pijn.
De kou lamde zijn handen, zodat hij de knopen niet meer kon voelen.
werking
De activiteit of werking van iets sterk belemmeren of (bijna) stilleggen.
De stroomstoring lamde het hele kantoor; de computers deden het niet meer.
iemand lammenhanden lammeneen storing lammenhet kantoor lammenhet verkeer lammen