Ofschoon
ofschoon
Baglachoewel, ondanks het feit dat
tegenstelling
Een onderschikkend voegwoord waarmee je zegt dat iets wel gebeurt of waar is, maar dat het toch geen invloed heeft op iets anders of het teg
Hij ging naar zijn werk, ofschoon hij zich ziek voelde.
ofschoon het waar isofschoon het regentofschoon hij ziek isofschoon ze moe is